Hoe het begon

In het gehucht Acht, dat bestuurlijk deel uitmaakt van de gemeente Woensel, is eertijds een kapel gesticht ter ere van de heilige Antonius Abt. Deze kapel wordt bediend door een priester. Na de vrede van Munster (1648) doet de kapel – die inmiddels zeer vervallen is – dienst als bergplaats van granen voor tiendheffers uit deze streek.

Wanneer later de uitoefening van het katholieke geloof oogluikend wordt toegestaan, richten de ingezetenen van Acht in plaats van hun oude kapel een schuurkerk op. Deze schuurkerk wordt als tweede kerk binnen de parochie St. Petrus in Woensel door de pastoor en de kapelaans van de St. Petruskerk bediend. In 1715 of 1716 heeft men geprobeerd een eigen bedienaar te krijgen.

De priester Johannes Hups wordt aangezocht om de bewoners van Acht geestelijk te verzorgen, maar bij besluit van de Hoogmogenden wordt hem in 1718 het houden van diensten verboden. Naderhand hebben de Achtenaren meermalen pogingen aangewend om gedaan te krijgen dat hun gehucht een zelfstandige parochie zou worden.

In het jaar 1857 besluit Mgr. J. Zwijsen – eerste bisschop van ‘s-Hertogenbosch na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland (1853) – dit verzoek in te willigen op voorwaarde dat Acht voor eigen rekening een behoorlijke pastorie bouwt en – eveneens naar behoren – in het levensonderhoud van de pastoor zal voorzien. Als op 17 december 1858 de nieuwe pastorie klaar is, besluit Mgr. Zwijsen de Eerwaarde Heer Gerardus Smits de nodige macht te verlenen om als rector de geestelijke verzorging van de mensen in Acht te gaan behartigen.

Op 8 maart 1859 wordt het gehucht Acht als een zelfstandige parochie erkend en wordt rector Smits officieel pastoor.

Officieus zou men de datum van 17 december 1858 als stichtingsdatum van de parochie kunnen nemen, maar de officiële datum is en blijft 8 maart 1859. De viering van bijvoorbeeld het honderdenvijftigjarig bestaan zou kunnen plaatsvinden in 2008, correcter is echter het jaar 2009.

Reageren is niet mogelijk